Author Archives: Julie Bataillie

Veelgestelde vragen rond groeimelk

Bambix blogt

Veelgestelde vragen rond groeimelk

Heb je vragen, twijfels over onzekerheden over groeimelk? Mama Baas zet graag het één en ander op een rijtje.

  1. Hoe past melk binnen een gezonde voeding voor peuters?

    De ideale aanvulling op een gezonde en gevarieerde vaste voeding? Juist, melk. Dat kan via borstvoeding, koemelk of groeimelk. Kinderen krijgen bij voorkeur tot de leeftijd van drie jaar een aangepaste melkvoeding. Zo krijgen ze de juiste hoeveelheid eiwitten en calcium binnen. Te veel eiwitten en calcium zijn ook niet goed, dus hou je aan de aanbevolen hoeveelheden.
    Geef je koemelk, zorg er dan voor dat je je kind extra vitamine D toedient, zeker tot 6 jaar. Want wist je dat een 1-jarige peuter zeven keer meer vitamine D nodig heeft dan een volwassene? En zes keer meer ijzer en vier keer meer calcium!

  2. Hoeveel melkvoeding moet je per dag geven?

    350 tot 500 milliliter is voldoende. Als je meer melk geeft, krijgt je kindje te veel eiwitten en calcium binnen, en dat is ook niet goed. Bovendien kan te veel melk ervoor zorgen dat je kindje nog weinig honger heeft en niet voldoende voedingsstoffen binnenkrijgt tijdens de andere maaltijden.

  3. Wat is het voordeel van groeimelk?

    Het lukt niet altijd even goed om je kind voldoende vitamine en mineralen te geven. Dat heeft niets te maken met niet willen of geen goede ouder zijn, maar dat is nu eenmaal de realiteit op bepaalde dagen. Bijvoorbeeld als je kindje een moeilijke eetperiode doormaakt – sounds familiar? Op bepaalde momenten heeft zo’n kleintje ook al eens meer nood dan anders aan extra vitamines. In de winter bijvoorbeeld, of als het vaak geplaagd wordt door ziektekiemen. Groeimelk is een goede aanvulling, want het is verrijkt met mineralen, vitamines en bevat gezonde vetzuren.

    Extra ijzer en vitamine C zorgen voor een goed immuunsysteem. Sterke botten? Check, dankzij de calcium en vitamine D. En vitamine B reikt de nodige energie aan. Wist je dat groeimelk zelfs minder eiwitten bevat dan gewone koemelk? Op die manier kan je perfect binnen de Europese en Belgische voedingsaanbevelingen betreffende eiwit-, ijzer- en vitamine D-inname blijven, want zoals aangegeven is een teveel aan eiwitten ook niet goed. Je kan groeimelk overigens als aanvulling geven tot de leeftijd van vier jaar.

  4. Hoe kies je een goede groeimelk?

    Kind & Gezin en de Vlaamse Verenging van Kinderartsen raden aan om te kiezen voor een groeimelk zonder toegevoegde suikers. Groeimelk van Bambix is bijvoorbeeld een uitstekende keuze: het bevat GEEN toegevoegde suiker en is nog eens helemaal Belgisch ook!

Blog door Mama Baas i.s.m. Bambix.

Vlot eten doe je zo

Bambix blogt

Vlot eten doe je zo

Kinderen en (gezond) eten, het is niet altijd een goeie combo. Mocht je die kleintjes laten kiezen, er stond wellicht elke dag frietjes, spaghetti of appelmoes op het menu. Is het eten ook soms een strijd bij jullie? Dan kunnen deze tips van Mama Baas misschien helpen!

  1. Een beetje creativiteit doet wonderen, zeker bij moeilijke etertjes. Maak een vrolijk gezichtje van het eten op het bord of vertel enthousiast “dat die spruitjes eigenlijk drakenballetjes zijn”. Je zult zien dat eten meteen een pak vlotter gaat!
  2. Trekt je kleine schat zijn neusje op voor alles wat nog maar lijkt op groentjes? Leve de ‘verstopte’ groentjes! Maak een pizza met bloemkoolbodem, maak spaghettisaus of lasagne bomvol (fijn gesneden of gemixte) groentjes of begin de maaltijd met een lekkere kom soep. Yep: mijn kind eet groentjes, maar hij weet het niet!
  3. Wat je zelf maakt, smaakt beter. Laat je kindje dus eens meehelpen in de keuken. Wedden dat het daarna extra lekker smaakt en je kind net iets vlotter eet?
  4. Geef je kindje genoeg autonomie en laat hem of haar zelf eten. Ja, daar zal onvermijdelijk ‘gesmos’ bij komen kijken, maar het geeft je kindje wél het gevoel dat hij of zij iets in de pap heeft te brokken – letterlijk dan.
  5. Jij bepaalt wat er wordt gegeten, je kind bepaalt hoeveel het dan precies eet. Laat het gegeven los dat hij of zij moet gegeten hebben of dat het minstens die hoeveelheid moet zijn.
  6. Hou je aan de normale tussendoortjes en begin niet te compenseren als je kleintje tijdens de maaltijd weinig heeft gegeten. Geef je normaal een stuk fruit of een koekje als tussendoortje, geef dan niet plots een hele fruitmand of een heel pak koeken om te zorgen dat hij of zij toch genoeg binnen heeft.
  7. Zorg dat er altijd iets op tafel staat dat je kindje lust en combineer dat met ‘experimentjes’. Zo kan je proberen om je kind te laten proeven van iets nieuws, al is het slechts één hapje, en heeft hij of zij daarnaast ook iets ‘vertrouwds’ dat hij of zij zeker lust.
  8. De ene smaak is al wat gemakkelijker dan de andere, maar soms lust je kindje het wél als hij of zij het een aantal keer heeft geproefd. Probeer het dus om de zoveel tijd nog eens en wie weet valt het plots toch in de smaak!
  9. Als je kindje flink heeft gegeten, prijs het dan uitvoerig. Flink eten staat trouwens niet gelijk aan het bordje leeg eten. Bevestig elk positief gegeven dat je opmerkt. Heeft je kind geen problemen gemaakt en vlot de helft opgegeten? Of heeft je kleine schat zonder zeuren geproefd van iets nieuws? Dan mag ook dat worden bevestigd. Zo  kan je werken met een beloningskaart en word je kleintje beloond met het Diploma van Supergroeikampioen!
  10. Een gevarieerd en gezond voedingspatroon is natuurlijk essentieel. Toch is het niet altijd gemakkelijk om alle nodige voedingsstoffen dagelijks te voorzien. Daarom kan je de voeding aanvullen met groeimelk. Dankzij Bambix groeimelk krijgt je kleintje alles wat hij of zij nodig heeft: de juiste hoeveelheid hoogwaardige eiwitten, onverzadigde vetten (omega 3 en omega 6), complexe koolhydraten en vitaminen en mineralen. En dat zonder toegevoegde suikers! Zo weet je zéker dat je kleintje alle nodige voedingsstoffen binnenkrijgt.

Blog door Mama Baas i.s.m. Bambix.

Slaap lang en gelukkig dankzij deze tips

Bambix blogt

Slaap lang en gelukkig dankzij deze tips

Slaap kindje slaap … Alsjeblieft, please, por favor – slaap dan toch! Een kindje dat niet goed slaapt, kan serieus doorwegen. Je zou op den duur bijna beginnen te smeken… Want vermoeidheid doet iets met een mens! Om nog maar te zwijgen van hoe zenuwslopend het is als bedtijd elke avond gelijkstaat aan een bed-strijd. Mama Baas deelt graag een aantal tips om te zorgen voor een betere nachtrust voor je kindje en dus ook voor jou. Zo houden jullie allebei voldoende energie over voor leuke avonturen overdag!

  1. Hou rekening met het slaappatroon van je kindje.

    Niet elk kindje heeft evenveel slaap nodig en sommige kinderen zijn nu eenmaal altijd vroeg wakker. Is jouw kindje ook zo’n vroege vogel? Probeer dan zelf niet te laat in bed te kruipen, zodat je ook aan voldoende nachtrust komt. Niet gemakkelijk, want dat betekent natuurlijk dat er minder tijd voor jezelf overblijft … Maar soms zit het echt in de kleinste dingetjes!

  2. Rust en regelmaat bevorderen een goede nachtrust.

    Het klinkt misschien cliché en een beetje afgezaagd, maar het is gewoon een feit: hoe regelmatiger je leven verloopt, hoe beter je slaapt. En dat geldt ook voor kinderen. Merk je dat je kindje moe wordt, dan kan je daar best meteen op reageren door je kindje naar bed te brengen.

  3. Geef je kindje de tijd om tot rust te komen.

    Het is niet zo’n goed idee om net voor bedtijd wilde spelletjes te beginnen spelen. Tikkertje spelen of het kietelmonster op je kindje loslaten doe je dus beter op een ander moment. Wat wel een goed idee is? Een momentje van rust inbouwen voor bedtijd. Zo vergemakkelijk je de overgang naar bedtijd.

  4. Zorg voor een momentje samen.

    Net voor bedtijd is ideaal voor nog wat quality time samen, één op één, door te brengen. Een verhaaltje voorlezen of samen nog even babbelen over de voorbije dag: dat is genieten voor jullie allebei én meteen de perfecte manier om tot rust te komen. Bovendien biedt dat je kindje de kans om nog even zijn/haar hartje te luchten, zodat hij/zij daarna zorgeloos kan gaan slapen.

  5. Zorg voor een vast slaapritueel.

    Door een vast slaapritueel in te bouwen, weet je kindje wanneer de dag voorbij is en wanneer de slaaptijd begint. Door elke dag hetzelfde ritueel aan te houden, creëer je een gevoel van veiligheid en herkenbaarheid en dat zorgt voor rust. Zo kan je het avondritueel beginnen door nog een avondflesje te geven terwijl je kleintje op je schoot genesteld zit, daarna tandjes poetsen, pyjama aan, verhaaltje lezen en ... Slaapwel lieve schat!

  6. Zorg voor een knusse slaapplek.

    Bij baby’tjes is het belangrijk dat je let op een veilige slaapomgeving. Dat betekent dat het niet te warm is op de kamer, dat je zorgt voor een veilig bedje en geschikt bedtextiel en dat er geen knuffels in het bedje liggen. Is je kindje al wat groter, zorg dan voor een uitnodigend plekje om te slapen. Zo kan je je kindje een mooi dekbedovertrek laten kiezen of een tof nachtlampje. Zolang je kindje het maar een leuke plek vindt!

  7. Voorbereiding is alles.

    Wordt je kindje ’s nachts vaak wakker, dan kan je je daarop al een beetje voorbereiden. Is je kleintje regelmatig zijn/haar fopspeen kwijt? Zorg dan dat er verschillende fopspenen in het bedje liggen, zodat je kindje er altijd eentje kan vinden. Heeft je kindje vaak dorst? Zet alvast een glaasje water klaar op het nachtkastje. Is je kindje bang in het donker? Laat een nachtlampje branden of zet de deur op een kier en laat het licht in de gang branden.

  8. Beloon je kindje.

    Je kan beloningen koppelen aan het slapengaan. Zo is je kindje extra gemotiveerd om flink te gaan slapen. Gebruik hiervoor de Bambix beloningskaart. Telkens als je kindje flink gaat slapen en in zijn/haar bedje blijft, mag er een vakje ingekleurd worden. Bij een volle kaart krijgt hij/zij een beloning. Wat die beloning precies inhoudt kan je zelf kiezen.

  9. Leve de slaapwekker.

    Wil je je kindje aanleren om ’s morgens iets langer in zijn/haar bedje te blijven liggen? Dan kan een slaapwekkertje misschien soelaas brengen. Als het diertje op dat wekkertje zijn oogjes open doet, mag je kleintje opstaan. Slaapt het diertje nog, dan moet je kleintje ook nog even zijn/haar oogjes dichtdoen. Al hou je je verwachtingen best realistisch ;-).

Blog door Mama Baas i.s.m. Bambix.

Eerste stapjes – met vallen en opstaan

Bambix blogt

Eerste stapjes – met vallen en opstaan

Er zijn een aantal mijlpalen in het leven van onze kleintjes die voor altijd in ons geheugen zullen gegrift staan. Hun eerste stapjes zijn één van die belangrijke gebeurtenissen in hun jonge leventje. En geef toe, is er íets schattiger dan dat waggelende pamperkontje dat trots naar je toe komt stappen? Mama Baas zet graag wat info en tips op een rijtje.

  1. De gemiddelde leeftijd

    De meeste kindjes leren te stappen met steun tussen 10 en 13 maanden. De eerste losse stapjes volgen gemiddeld op een leeftijd van 13 tot 15 maanden. Maar maak je niet te snel zorgen: er is een grote variatie op wat ‘normaal’ is. Zo zijn er kindjes die al voor hun eerste verjaardag vrolijk rond dribbelen, terwijl laatbloeiers gemakkelijk hun tijd nemen tot 18 maanden. En dat is helemaal oké. Je kindje zal waarschijnlijk sneller de ene mijlpaal bereiken en dan de andere.

    Zo’n twee maanden nadat je kleintje begint te kruipen en zich begint op te trekken, volgen de eerste voorzichtige stapjes aan bijvoorbeeld de salontafel. Wat later staat je baby enkele seconden alleen, zonder steun, en komt je kleintje enthousiast zelf een flesje melk of koekje halen. En voor je het weet zet je kindje z’n eerste stapjes alleen in de wereld!

  2. Babystapjes

    In  het begin ‘waggelt’ je kleintje wijdbeens, met gebogen knietjes. Hij loopt met korte stapjes en kan nog niet over hindernissen stappen. Hoe meer je kindje oefent, hoe beter hij of zij zal leren om het evenwicht te bewaren. Beetje bij beetje leert hij of zij ook om stapjes zijwaarts te zetten of om achteruit te lopen.

  3. Blote voeten versus schoentjes

    Schoenen zijn pas nodig wanneer je baby echt loopt. Ze dienen enkel om de voetjes te beschermen, niet om die te vormen. Laat je baby dus maar eerst zoveel mogelijk op blote voetjes rondstappen.

    Als je kleintje vlot kan stappen, is het tijd voor de eerste schoentjes. Let erop dat die een soepele zool hebben en dat ze voldoende bewegingsruimte geven. Laat je bij die keuze best adviseren door iemand met ervaring. Ook sokken met antislipzool kunnen trouwens handig zijn.

  4. Veiligheid

    Zodra je kleintje kan stappen, gaat er een hele nieuwe wereld voor hem of haar open. Hij of zij kan letterlijk op verkenning gaan in de wereld en heel wat ontdekken en bijleren. Die ontdekkingstocht is echter niet helemaal zonder gevaar. Je kleine schat zou weleens de verleiding niet kunnen weerstaan om een trap op te kruipen of een keukenkast te inspecteren. Ga dus zeker na of je huis voldoende ‘babyproof’ is.

  5. Filmpje

    Vergeet vooral niet te genieten van die eerste stapjes en die trotse blik in de ogen van je kleine spruit én om daar filmpjes en foto’s van te maken. Zo kan je ook achteraf nog glimlachend terugkijken naar dat heerlijke gedribbel. En uiteraard horen daar ook ‘bloopers’ bij waarbij je kleintje – poef – op zijn achterste belandt ;-).

Blog door Mama Baas i.s.m. Bambix.

Voor het eerst naar school

Bambix blogt

Voor het eerst naar school

Wat gaat het snel! Vooraleer je het goed en wel beseft start er (alweer) een nieuwe fase in het leven van je kindje … en dus ook een nieuwe fase voor jou! Je kleintje wordt kleuter en mag voor het eerst naar school.  Een belangrijk moment... Hoe overleef je als mama deze GROTE stap? Mama Baas en kleuterjuf An geven je de volgende 10 tips!

  1. Bereid je kind voor op deze nieuwe stap

    Ga op voorhand al eens kennismaken met de nieuwe juf of meester en de klas.  Vertel wat er allemaal gaat gebeuren. Er zijn heel wat leuke prentenboeken rond 'Naar school gaan'.

  2. Start (tijdig) met de zindelijkheidstraining

    Meestal verloopt dit vrij vlot, maar je kunt de zindelijkheidstraining voor je kleuter extra interessant maken met het Diploma van SuperPotjesmonster. Voel je dat je kind er echt nog niet klaar voor is, forceer dan niets. Bespreek met de juf of meester of je kleuter pamperbroekjes mag dragen om naar school te komen. En geef eventueel een reserve-outfitje mee voor het geval dat er een klein 'accidentje' gebeurt.

  3. 'Ik kan het al zelf'

    Een instapper wil alles 'ZELF' doen. Tijdens de ochtendspits is dit helaas geen pretje als je op tijd op school wil zijn en daarna naar je werk moet hollen. Een rokje met 10 laagjes, een aanpassende kousenbroek, veterschoenen, een broek met moeilijke knoop, ... zijn dingen die het oefenen van de zelfredzaamheid van je kleuter bemoeilijken.

    Zorg voor 'gemakkelijke' doe-het-zelf-kleren: een broek met elastiek, een  eenvoudig rokje of kleedje, schoenen met velcro, ... zo kan je kleuter zelf proberen. Je zal verbaasd zijn hoe snel hij of zij het zelf kan. Zorg er ook voor dat je kleuter zijn of haar jasje zelf herkent en dat alle spulletjes die kunnen zoekraken voorzien zijn van een naamlabel.

  4. Gemakkelijke schooltas

    Ga samen op zoek naar een leuke, maar vooral handige schooltas. Niet te klein, niet te groot én met een gemakkelijke sluiting. Gespen, verschillende ritsen, knoopjes zijn moeilijk hanteerbaar voor kleuters. Zoek een eenvoudig model en laat je kleuter gerust wat 'oefenen' thuis. Ook hier: zorg dat je kleuter zijn of haar schooltas herkent.

  5. Lekkere en handige lunch en tussendoortjes

    Is het de bedoeling dat je kleintje boterhammen eet op school? Zorg dan voor een handige boterhammendoos, die je kleuter vlot zelf kan open en dicht doen. Dat geldt voor de drinkfles, fruit- en koekdoos, ... Geef dingen mee die je kleuter graag eet of drinkt en zorg dat die vlot kunnen worden gegeten. Snij boterhammen of een appel bijvoorbeeld in stukken, dat eet makkelijker dan in zijn geheel.

    En vergeet natuurlijk geen lekker tussendoortje. Misschien zijn er bepaalde regels, dus informeer naar wat er verwacht wordt. Op veel scholen wordt er bijvoorbeeld verwacht dat je kleuter in de speeltijd 's morgens een stukje fruit, wat nootjes of groentjes eet en mag er in de namiddag of in de opvang een koekje worden gegeten. Je kiest dan best voor een droog koekje, zodat je kleuter niet vol hangt met chocolade of confituur. Bambix berenkoekjes met honing zijn bijvoorbeeld ideaal.

    Geef je behalve water ook een drankje mee voor over de middag of in de opvang, vermijd dan frisdranken. Groeimelk of een melkdrankje kan wel. De melkdrankjes van Bambix, met choco of aardbeismaak, zijn bijvoorbeeld heel geschikt: je kleuter kan die handig meenemen én ze bevatten geen toegevoegde suikers en zijn lactosevrij.

  6. Knuffel als troost

    Geef je kleuter zijn of haar lievelingsknuffel mee om troost te bieden op moeilijke momenten. Zo heeft je kleintje iets herkenbaars in handen, en dat geeft hem/haar houvast in die nieuwe wereld waarin hij/zij terechtkomt.

  7. Een kusje en een knuffel

    Zo'n schoolstart gaat gepaard met heel wat emoties (zowel bij je kleuter als bij mama en papa ). Zo spannend!  Maak je afscheid niet te lang. Geef je kind een kusje en knuffel en vertrek, want hoe langer het afscheid duurt, hoe moeilijker voor beiden! Eens je kleuter aan het spelen is, is hij het afscheid al lang vergeten.

  8. Heel veel indrukken en ervaringen

    De start op school is een enorm grote belevenis. Je kleuter doet zoveel nieuwe indrukken op. Geef je kind de tijd om deze dingen te verwerken. Verplicht hem of haar niet om over school te vertellen. Je zal merken dat doorheen hun spel de dingen die op school gebeuren automatisch aan bod komen. (Hou je maar al vast, want binnen de kortste keren ben jij het kindje en word je ondergedompeld in alle klasrituelen.)

  9. Rust, rust, rust

    Je kind heeft heel veel nood aan rust als hij of zij gestart is op school. Zorg ervoor dat de weekends niet te druk zijn. Als je kind nog een middagdutje nodig heeft, probeer dat dan te regelen. Zo geraakt je kleuter niet in 'overdrive'.

  10. En vooral: heel erg genieten

    Genieten van de vele kleine en grote stappen die je kleuter zet. Genieten van de eerste kunstwerkjes waarmee hij of zij thuis komt. Genieten van de avonturen die je kind beleeft op school, ... Genieten van je kleintje dat stilaan 'groot' wordt. Het komt helemaal goed!

Samen aftellen! 

Zit je kleuter op hete kolen om aan zijn/haar schoolcarrière te beginnen? Dan kunnen jullie samen aftellen met de Bambix aftelkalender. Zo ziet je kleintje visueel hoelang het nog duurt voor die eerste schooldag eindelijk aanbreekt!

Blog door Mama Baas i.s.m. Bambix.

Voor het eerst gaan logeren, mét groeimelk natuurlijk

Bambix blogt

Voor het eerst gaan logeren, mét groeimelk natuurlijk

Als je kleintje voor de eerste keer ergens anders gaat logeren, kan dat best een beetje eng zijn. Zowel voor jou als mama of papa als voor je kleine schat. Zal hij/zij dat wel goed stellen? Zal hij/zij goed kunnen slapen, jou niet te veel missen, de boel niet op stelten zetten? Een paar tips om alles vlot te laten verlopen!

Uit de praktijk blijkt dat allemaal meestal prima te verlopen, maar de eerste keer is altijd een beetje spannend natuurlijk. Het betekent dat je je kleintje weer een beetje moet loslaten en dat is niet altijd even gemakkelijk. Mama Baas deelt graag een paar tips om dat eerste logeerpartijtje vlot te laten verlopen!

  1. Elke mama heeft zo haar eigen gewoontes en rituelen. Geef daarom genoeg informatie over je kindje. Wat is jullie slaapritueeltje? Welke liedjes zing je of welk verhaaltje lees je? Hoeveel melk drinkt hij/zij? Hoe kan je kleintje best getroost worden? Hoe laat gaat hij/zij meestal slapen?
  2. Als je baby uit logeren gaat, moet je behoorlijk wat spulletjes  Zorg dat je niets vergeet:
    - Pyjama
    - Slaapzak
    - Logeerbedje
    - Babyfoon
    - Luiers en vochtige doekjes
    - Verse kleertjes
    - Fles en de juiste melk
    - Tandenborstel en tandpasta, borstel of kam, babyzeep
    - Fopspeen
    - ...
  3. Zorg voor een vertrouwd gevoel bij je kindje. Ideaal daarvoor is zijn of haar favoriete knuffel meenemen waar hij/zij zo aan gehecht is. Zo voelt je kleine schat zich onmiddellijk thuis! Je kan ook een paar speeltjes meenemen voor ’s avonds en/of ’s morgens. En als je schrik hebt dat je kindje je te veel zal missen en niet zonder jou zal kunnen slapen, geef dan een t-shirt mee waar je zelf in hebt geslapen. Zo heeft je kindje toch jouw geur bij het slapen. Ook door zijn eigen drinkbeker of fles mee te geven en zijn vertrouwde melk geef je je kleintje wat houvast.
  4. Hou het afscheid kort en duidelijk: geef een kusje en een knuffel en vertel je kind dat je de dag erna terugkomt. Wegglippen als je kindje afgeleid is en niet kijkt is niet zo’n goed idee, want dan begrijpt je kindje niet wat er aan de hand is.
  5. Maak je jezelf ’s avonds zorgen en ben je meer aan het piekeren dan te genieten van een rustige avond? Bel dan even om te horen hoe het verloopt, dan ben je wellicht meteen gerustgesteld! Hou jezelf echter in en hang niet om het uur aan de telefoon. Misschien kan je vragen dat de andere partij af en toe een fotootje doorstuurt ter geruststelling?

Blog door Mama Baas i.s.m. Bambix.

Groei

Zo gaat het goed, zo gaat het beter … alweer een centimeter

Bambix blogt

Zo gaat het goed, zo gaat het beter … alweer een centimeter

Groei

Wat groeien die kleintjes toch ongelooflijk snel. Even met de ogen knipperen en het lijkt wel alsof er alweer een paar centimeter is bijgekomen.  De groei van een kind is natuurlijk een belangrijke maatstaf voor zijn of haar gezondheid, dus logisch dat we al die cijfertjes (lengte, gewicht, hoofdomtrek, curves …) van nabij willen opvolgen. Mama Baas zet even een aantal leuke weetjes rond groei op een rijtje!

  1. De eerste zeven dagen van zijn prille leven kan een baby tot 10% van zijn gewicht verliezen. Maar maak je geen zorgen: daarna volgt een inhaalbeweging. De meeste baby’s wegen na twee weken al meer dan hun geboortegewicht.
  2. En of het snel gaat: na een jaar bedraagt het gewicht van een baby bijna het drievoudige van zijn geboortegewicht, is de lengte ongeveer met de helft toegenomen en is zijn hoofdomvang ongeveer 10 cm groter dan bij zijn geboorte.
  3. Na dat eerste jaar neemt die groeisnelheid af. Na de intense groei het eerste levensjaar is er een geleidelijke ‘afvlakking’ van lengte en gewicht. Toch blijven de cijfers indrukwekkend: tijdens zijn tweede levensjaar groeit een kind ongeveer 12 centimeter per jaar en komt hij gemiddeld drie kilogram aan.
  4. Als een peuter twee jaar is, bedraagt zijn gewicht al ongeveer het viervoudige van zijn geboortegewicht. Hij komt dan in de peutertijd nog gemiddeld 2 tot 3 kilogram per jaar aan.
  5. Een peuter van drie jaar weegt al ongeveer vijf keer zoveel als bij zijn geboorte.
  6. Peuters groeien ongeveer 5 tot 7 cm per jaar.
  7. Over het algemeen is het melkgebit op de leeftijd van drie jaar compleet.
  8. Hoe groot je kind uiteindelijk wordt hangt natuurlijk van veel factoren af en valt niet exact te berekenen. Toch bestaat er een formule waarmee je de uiteindelijke lengte van een kind ongeveer zou kunnen voorspellen op basis van hoe groot de ouders zijn.
    Voor jongens is die formule: tel de lengte van beide ouders op, tel daar 13 centimeter bij op en deel dat getal door 2.Voor meisjes is de formule: tel de lengte van beide ouders op, trek er 13 centimeter van af en deel het getal door 2.
    Dit is echter geen exacte wetenschap: niet alle kinderen van dezelfde ouders zijn immers even groot. Naast erfelijkheid spelen ook andere factoren mee: denk maar aan voeding, beweging en (de afwezigheid van) eventuele ziektes. Zeker het kiezen van kwalitatieve groeimelk is hierbij van belang. Bambix groeimelk bevat essentiële bouwstoffen die je baby of peuter ondersteunt bij zijn of haar ontwikkeling.
  9. Een andere formule om de uiteindelijke lengte van een kind te voorspellen is dan weer om bij jongens de lengte op een leeftijd van twee jaar te verdubbelen en bij meisjes de lengte op een leeftijd van 18 maanden. De meeste kinderen zouden als volwassene ongeveer even groot zijn als deze berekende lengte, met een marge van 10 centimeter.
  10. Uit onderzoek blijkt dat de lengte meestal afneemt bij jongere broers of zussen. Jongere broers en zussen zijn dus vaak kleiner dan hun oudere broers en zussen.

Behoorlijk indrukwekkende cijfers als je daar even bij stilstaat, niet? We zeiden het al, het gaat snel. Héél snel!

Blog door Mama Baas i.s.m. Bambix.

Weerstand

Geef je peuter extra weerstand met deze 5 tips

Bambix blogt

Geef je peuter extra weerstand met deze 5 tips

Weerstand

De sint is in aantocht. Hoera, blije kindergezichtjes! Maar dat wil zeggen dat december en dus ook de winter om de hoek klaarstaan. En die laatste brengt vaak minder leuke cadeautjes met zich mee … zoals microben en virussen. Het is nu eenmaal zo dat die kleintjes sneller ‘vieze beestjes’ oppikken dan volwassenen. Logisch, want het immuunsysteem van een kindje is nog in volle opbouw. Maar geen paniek: die infecties zijn vaak vrij onschuldig en duren niet zo lang. Maar komen ze toch wat vaker terug dan je lief is, dan geeft Mama Baas je graag enkele tips om de weerstand van je peuter te verhogen.

  1. Op het menu: gezonde en gevarieerde voedingVanaf 6 maanden is het tijd voor vaste voeding en als je peuter een jaar oud is, mag er een extra bordje op tafel als de rest van het gezin eet. Vanaf 18 maanden mag je kindje zo goed als alles (mee)eten.

    Drie maaltijden per dag en voldoende groenten, fruit (minstens 2 stukken per dag), zuivel- en graanproducten. Dan krijgt je kleine spruit normaal alle belangrijke voedingsstoffen, vitamines en mineralen binnen,” zegt dokter Sofie.

    Snoep? Bannen, want al die suiker ondermijnt de weerstand. Wil je zeker zijn dat je kindje alle nodige voedingsstoffen krijgt? Neem de voedingsdriehoek als leidraad (bij Kind en Gezin vind je er heel wat info over).

    En water, nu en niet later! Laat je kindje voldoende drinken, want water voert afvalstoffen af door het lichaam. En hoe minder afvalstoffen, hoe meer dat kleine lijfje kan focussen op de strijd tegen microben.

  2. Handjes wassenDe handen zijn een favoriete plek voor bacteriën en virussen. Geen schaamte, ze reizen gewoon mee als het hen uitkomt. Laat je peuter meerdere keren per dag de handjes wassen, zeker na een bezoek aan het potje of toilet, en voor het eten.
  3. Frisse neus halen en bewegenWind, regen of koude maken je kindje NIET ziek. Dat is een fabeltje. Bacteriën of virussen zijn de boosdoeners. Uiteraard is het wel zo dat die zich makkelijker verspreiden bij bepaalde weersomstandigheden. Maar laat de winter je niet tegenhouden om met je peuter de deur uit te gaan. Buitenlucht is belangrijk, dus ga geregeld ravotten in de (speel)tuin of wandelen. Dat is een win-win, want ook voldoende beweging is nodig. Hop, naar buiten. En zeker als de zon schijnt, want dan doet je peuter nog wat extra vitamine D op. De kans dat je kindje iets opraapt als jullie met z’n allen gezellig binnen bij elkaar zitten, is veel groter – echt waar.

    Geef je kindje nadien voldoende rust. Een lichaampje met minder energie heeft minder kracht om antistoffen klaar te stomen en af te vuren, en is een gedroomd doelwit voor microben. Dus op tijd en stond: slaap kindje, slaap.

  4. Neus spoelenDe slijmvliezen van de neus en de luchtwegen zijn de favoriete toegangspoort voor ziekmakers. Peuters zijn nog niet zo gedreven in het snuiten van hun neus – dat blazen is behoorlijk lastig, pff. Een paar keer per dag die kleine toeter spoelen met fysiologisch water is een goed idee. Veel kans dat je dan ook slijmen en ziektekiemen wegspoelt.
  5. Een prima aanvulling: groeimelkAl de nodige vitamines en mineralen in dat peuterlijfje krijgen, kan al eens lijken op een veldslag. Neen, dat wil niet zeggen dat je een slechte ouder bent! “Het is gewoon de realiteit op sommige dagen. Een moeilijke eetperiode bijvoorbeeld – we’ve all been there. Of in de winter, als de ziektekiemen in vol ornaat klaarstaan voor de aanval,” weet dokter Sofie.

    Dan is groeimelk wel een goede aanvulling, want die is verrijkt met mineralen, vitamine en vetzuren. Extra ijzer en vitamine C zorgen voor een goed immuunsysteem. Sterke botten? Check, dankzij de calcium en vitamine D. En vitamine B reikt de nodige energie aan.

    Uiteraard is het niet de bedoeling dat je peuter extra suikers binnenkrijgt. Kies dus zeker voor ongezoete groeimelk, zonder toegevoegd smaakje. Dat lekkere smaakje zal je kindje misschien doen likkebaarden, maar je loopt er ook het risico op overvoeding door. De 100% Belgische groeimelk van Bambix bevat bijvoorbeeld geen toegevoegde suikers. Met die extra vitamines en mineralen zit het ook snor. Volledig afgestemd op de Belgische aanbevelingen voor kindjes vanaf 1 jaar. Bambix soja groeidrink is dan weer 100 % plantaardig en ook laag in suikers.

Blog door Mama Baas i.s.m. Bambix.

Genante uitspraken

Kids zeggen de genantste dingen

Bambix blogt

Kids zeggen de genantste dingen

Genante uitspraken

Niet alleen de ochtendstond, ook kleine kinderen hebben goud in de mond. Of toch heel wat memorabele uitspraken. Dat die kindermondjes niet stil staan, werd bewezen. Na een oproep i.s.m. Mama Baas selecteerden we de beste, grappigste en meest herkenbare kinderpraat. En een woordje – pun intended – uitleg over hoe ze tot die zinnen komen.

Top 20 peuter- en kleuterquotes:

  1. Dochter (3) tegen oma die naar het toilet gaat: “Oma, je moet wel de deur openlaten, anders hoor ik je niet. En je moet roepen als ik je poep moet komen afkuisen hé.
  2. Quirine (2,5) bij geplaag van haar grote broer: “Ga maar wat koelen in je kamer. En pak je piemel en al maar mee!”. Gaat nadien zitten snikken op de Wanneer mama vraagt of alles oké is: “Ja, ik oefen mijn krokodillentranen.
  3. Dochter (3) tegen stagiaire kleuterjuf, terwijl ze speelt met doktertasje en spuitje: “Hier, jij kan wel wat botox gebruiken.
  4. Zoontje (2,5), terwijl hij met mama en papa in bed ligt: “Dit zijn mijn haren. Dit zijn mama’s haren. Papa zijn haren zijn dood.” (papa is kaal)
  5. Zoontje (3) doodserieus tegen papa: “Papa, ik heb een probleempje.” Papa: “Is dat zo, jongen? Wat is het probleem?”. Zoontje: “Mama” (Ja, ingestuurd door de mama)
  6. Willem (3) over opa, die hem altijd zegt dat hij zijn knuffelcontact is: “Opa is mijn stopcontact.
  7. Kleuter (4), loopt tijdens de lockdown binnen bij een telefoontje met de bank om 11 uur en roept luidkeels: “Wanneer gaan we aperitieveeeeeuuuu?
  8. Viktor (4) tegen de babysit: “Hannah, ik ga nu een dutje doen, jij mag een beetje met jezelf spelen.
  9. Zoontje (4), wanneer mama vraagt of zijn neus nog verstopt zit: “Neen, die staat nog altijd op mijn gezicht.
  10. Kleuter tegen mama: “Mama, je hebt zo’n mooie ogen. Ze zijn paars, zoals mijn lievelingskleur.” (wijst naar de … wallen)
  11. Oudste dochter (5) in gezin met 3 meisjes, tegen oma en opa: “Papa heeft een piemel, maar we gaan hem daar niet mee uitlachen.
  12. Zoontje in de supermarkt voor de maandverbanden: “Kijk mama, die pampers van jou liggen hier!
  13. Dochtertje (4,5): “Mama, kan ik een tasje zetten onder de piemels van de koe voor melk?
  14. Dochter terwijl ze haar jeansjurkje aantrekt, dat buiten aan de waslijn had gedroogd: “Het is wel wat krokant hé.
  15. Sep (5): “De benzine van mijn balpen is op.” (inkt kan ook)
  16. Zoontje (5) nadat ze in de kleuterklas leerden over de uil. “De uil eet muizen en spuwt een draakbal uit. Alles van de muis wat hij niet wil eten, zit daarin. Ook de ‘laarzen’.” (botten, dus)
  17. Kleuter tegen andere kleuter, nadat juf had gezegd dat ze een echte ‘vergeetschotel’ is: “Onze juf is een schotelvod.
  18. Zoontje: “Mama, ik heb mijn water uitgeslikt.” (of … uitgespuwd?)
  19. Zoontje, nadat hij met watersandalen door een plas liep: “Mijn sandalen zijn sappig.
  20. Dochtertje nadat mama zegt dat ze haar stretchbroek zullen aantrekken: “Papa, ik ga mijn seksbroek aandoen.

Taalontwikkeling start in de wieg

Taalontwikkeling start meteen na de geboorte, op het moment dat je baby voor de eerste keer zijn stembanden uittest. De interactie met jou als mama of papa, zusjes en broertjes, grootouders … is een nadien belangrijke factor. Wees maar zeker dat je kleintje ook heel wat oppikt in de crèche en op school – misschien soms meer dan je zou willen :-).

Taalontwikkeling: de 4 fases

Fase 1: geboorte tot 1 jaar

Tijdens het eerste levensjaar legt je kindje de basis voor de hele taalontwikkeling. Dat huilen is niet meteen je favoriete geluid, maar het bewijst alvast dat het goed zit met de adem- en stemfunctie. Dat een baby vooral de stem van mama herkent – haha! – is ook een goed teken. Een goed gehoor is zeer belangrijk in de vroege taalontwikkeling.

Enkele mijlpalen:

  • +/- 1 maand: eerste glimlach en je baby laat het horen als hij blij is en zich goed voelt. Heerlijk, die comfortgeluidjes.
  • Het vocale experiment. Ja, je baby krijst, roept, kirt, verkent verschillende toonhoogtes. Je hoort keelgeluidjes en rond de 5 maanden bewegen de lippen mee.
  • De brabbelfase. Het lijkt alsof je op een exotische plek zit, want allerlei onverstaanbare klanken weerklinken. Wees gerust, ze evolueren na een tijd richting echte lettergrepen.
  • Losse woordjes en eenvoudige zinnetjes begrijpen. Je kindje verstaat wat jij zegt en kan zijn of haar kleine willetje duidelijk maken (kijken, wijzen, bewegen). Babbel er als mama of papa maar op los met je kindje aan: zo stimuleer je de taalontwikkeling.

Fase 2: van 1 jaar tot kleuter

Het is zover: je kindje begint zelf woorden te vormen. Vergeet voortaan maar die stille momentjes. In het begin zijn het de zogenaamde ‘protowoorden’, zoals klanknabootsingen of woorden die bestaan uit brabbels. Al snel kan je de eerste woordjes herkennen.

De woorden van je kindje verwijzen bijna altijd naar zijn/haar kleine leefwereld. Maar de woordenschat neemt snel toe. Dit is de gebruikelijke volgorde:

  • Makkelijke klanken, zoals klinkers, p, t en j, komen er meestal het eerst uit.
  • Tussen de 1,5 en 2 jaar zet je peuter twee woorden naast elkaar.
  • Daarna combineert je kindje verschillende woordsoorten met elkaar. Tussen de 2 en 2,5 jaar breidt het arsenaal tweewoordzinnen uit en worden ze Eens je kleuter naar school gaat, neemt hij of zij zinnetjes van 4 tot 5 woorden mee in de boekentas.
  • Ten slotte leert je kindje echte gesprekjes voeren.

Fase 3: kleutertijd

Je kindje leert de meeste klanken correct uit te spreken. Soms zorgen lastige medeklinkers nog voor wat haperingen, maar die verdwijnen rond de leeftijd van 4,5 jaar. De woordenschat neemt een hoge vlucht.

  • Rond de 3 jaar: hallo echte volzinnen! Met de woorden in de juiste volgorde. Vervoegde werkwoorden, verbogen naamwoorden en ook samengestelde zinnen. Laat maar komen.
  • Rond de 4 jaar: de zinnen worden complexer. Ondergeschikte zinnen komen erbij. Hier en daar nog een werkwoord of voegwoord op de verkeerde plaats. Ach, het overkomt de besten.
  • Ten slotte praat je kind buiten het hier en nu. En het zal rond de leeftijd van 4 ook nadenken over taal: ermee spelen, mopjes vertellen …

Fase 4: einde van de kleuterschool

Je kind bereikt stilaan de voltooiingsfase. Qua mondelinge taal leert hij of zij niets nieuws meer, al worden de vaardigheden natuurlijk nog bijgeschaafd. Het is ook tijd voor iets anders: schriftelijke taalontwikkeling. Lezen en schrijven dus.

Lezen doet (beter) praten

Voorlezen is belangrijk voor de taalontwikkeling van je kind. Het heeft een erg gunstig effect op de woordenschat en het inzicht in zinsbouw van je kleine spraakwaterval. Dus lees die zelfde zinnen, dat zelfde boek maar veelvuldig voor!

Door die verhalen te horen, ontdekken kinderen ook hoe een verhaal in elkaar steekt en leren ze de wereld rondom hen begrijpen.

Nog een voordeel: je kindje beseft dat lettertjes naast elkaar woorden vormen en een betekenis hebben. Let er maar eens op: als je kindje het verhaal navertelt, glijdt het vaak met de vinger over de letters, alsof het leest zoals jij.

Voorlezen: hoe vroeger, hoe beter

Een boek is niks voor een baby? Think again. Laat je baby gerust sabbelen op een plaatjesboek, laat een peuter bouwen met boeken … Ermee bezig zijn is eerste stap. Trouwens, er bestaat geen ‘ideale leeftijd’ om te starten met voorlezen. Kies dat maar lekker zelf.

Pas je natuurlijk een beetje aan. Een baby heeft weinig aan een ingewikkeld verhaal. Prentjes bekijken en dingen benoemen is al voldoende. Wat je kindje van Bambix beren leren kan, zijn z’n eerste woordjes op een handig oefenblaadje. Zorg daarbij ook meteen voor interactie tussen jou en je kindje tijdens het voorlezen. Laat het aanwijzen, geluiden nabootsen, zinnen aanvullen, vraagjes beantwoorden … Maar geef hem of haar ook voldoende ruimte om zelf te vertellen en ontdekken.

Voorleesinspiratie: de avonturen van het Bambixbeertje

(Voor)lezen stimuleert niet alleen de taalontwikkeling van je kindje, het is ook gewoon leuk om gezellig samen een verhaaltje te lezen voor het slapengaan. Ben je al 5 keer door de boekjes op plank gegaan? En zoek je een nieuw verhaaltje? Dan zijn de voorleesverhaaltjes van Bambix misschien een idee.

Blog door Mama Baas i.s.m. Bambix.

Tandverzorging

Alles wat je moet weten over tandjes

Bambix blogt

Alles wat je moet weten over tandjes

Tandverzorging

Wanneer moet je beginnen met tandenpoetsen? Hoe pak je dat best aan? Wat bij tandpijn bij baby’s? En hoe voorkom je tandbederf bij kinderen? Mama Baas zet alles wat je moet weten op een rijtje.

Wist je dat...

Wist je dat kinderen per dag gemiddeld 400 keer glimlachen? Wist je dat volwassenen gemiddeld ‘slechts’ 15 keer glimlachen per dag? Niet voor niks dat we terug naar onze kindertijd verlangen. Want wie glimlacht, voelt zich ook effectief gelukkiger.

Dat is, naast het beperken van vervelende ingrepen, het voorkomen van eetproblemen, het ontwikkelen van stevige kaakspieren en mondholte, het garanderen van een frisse adem en een basis leggen voor een betere gezondheid, één van de belangrijkste redenen om de tandjes al van bij de eerste tanddoorbraak te behandelen als diamanten. Een stralende glimlach, daar gaan we voor.

Tandenpoetsen: vanaf wanneer en hoe?

Poetsen doe je vanaf de eerste tandendoorbraak. Bouw het in als een ritueel, net zoals het slapen gaan, het neusspoelen… Uiteraard loopt dat niet altijd van een leien dakje. Hou rekening met de noden van de leeftijd van het kind.

Hoe tanden poetsen bij kinderen?

  • Laat de kleine spruit zijn tandvlees wat verdoven en laat hem of haar eventjes al spelenderwijs wat bijten op z’n tandenborstel. Poets nadien even na.
  • Laat een eigenzinnige peuter z’n tandenborstel even zelf vasthouden. Poets nadien nog even na.
  • Hou voet bij stuk bij grotere peuters en kleuters en lees eens een boekje over de tandjes. Een vraag zoals ‘Wil je flink je tandjes komen poetsen?’ mondt altijd uit in een overtuigende ‘Nee!’.  Zeg eerder: ‘Het is tijd om je tandjes te poetsen’ of ‘Je moet je tandjes poetsen.’
  • Lagere schoolkinderen leer je zelf te poetsen, maar poets ook bij hen nog even na.

Poets in functie van de 3 B’s: BINNEN-BOVEN-BUITEN. Benoem dat ook luidop zodat ze later dezelfde poetstechniek toepassen.

Maak kleine draaiende bewegingen met de borstelkop terwijl je alle vlakken van het gebit afgaat.

Tips bij het tanden poetsen bij kinderen

  1. Kies een gepaste tandpasta, aangepast aan de leeftijd. Tandpasta’s verschillen in de concentratie van fluoride. Gebruik evenveel tandpasta als de grootte van een erwt.
  2. Een grondige poetsbeurt duurt 2 minuten en gebeurt tweemaal daags. Het is aangewezen je kind nog te helpen tot de leeftijd van 10 jaar. Tot de leeftijd van 9 jaar poets je effectief nog na.  Let goed op de kauwvlakken van de grote kiezen achterin.
  3. Koop een gepaste tandenborstel. Een rechte steel met een goede grip en een klein borstelkopje zorgen dat je overal goed bij kunt. Elektrisch poetsen is eveneens een goede optie.
  4. Wissel geen tandenborstels uit, tenzij je graag bacteriën verzamelt.
  5. Na gebruik spoel je de tandenborstel af met stromend koud water (heet water kan de borstelhaartjes beschadigen) en laat je deze aan de lucht drogen met de steel naar onderen.
  6. Vervang de tandenborstel of het opzetkopje van de elektrische tandenborstel bij elke seizoenswissel. Wist je dat na 3 maanden gemiddeld 7 miljoen bacteriën op je tandenborstel aanwezig zijn?
  7. Beloon je kind met het Bambix Diploma van SuperTandenpoetser als hij of zij flink meewerkt.

Hoe voorkom je tandbederf bij kinderen?

1. Geef je tanden rust 

  • Leer je kind van jongs af gezonde eetgewoonten aan. Geef zelf het goede voorbeeld.
  • Plan eetmomenten in en vermijd dat kinderen continu eten. Beperk dit tot twee tussendoortjes en drie hoofdmaaltijden. Elke maaltijd is een zuuraanval op de Door wat tijd tussen te laten heeft het glazuur de tijd om zich wat te herstellen. Drinken en tandenpoetsen na de maaltijd helpt uiteraard ook.
  • Zorg voor gezonde tussendoortjes, arm aan suikers, zoals de berenkoekjes van Bambix. Snoeppreventie wordt tegenwoordig in heel veel scholen toegepast.

2. Vermijd geraffineerde suikers

Kies voor vezelrijke voeding, volle rijst, en hopen fruit en groenten… Probeer dat toch. Ook dranken boordevol suikers vermijd je best en vervang je door water, (groei)melk of thee. Bambix Groeimelk is bijvoorbeeld een uitstekende keuze. Wist je dat deze groeimelk het laagste gehalte aan suiker bevat, zelfs minder dan koemelk?

3. Drink voldoende water/(groei)melk/thee

  • Laat je kind drinken na elke maaltijd. Zo spoel je etensresten en zuren weg.
  • Leer je kind snel uit een beker drinken. Vermijd papflessen op peuter- en kleuterleeftijd en zo ook zuigflescariës.
  • Geef je kind water, thee, melk of groeimelk zonder toegevoegde suikers, zoals deze van Bambix. Vermijd frisdrank, fruitsap… De combinatie van zuur en zoet is nefast voor de tanden. Ook frisdranken bevatten veel zuren die het glazuur rechtstreeks aantasten.
  • Laat je kind ook drinken na het innemen van medicijnen zoals siroop. Ook na het puffen en aerosollen moet het mondje gespoeld te worden. Het is bewezen dat ook zij tandbederf kunnen veroorzaken.

4. Kauwen en knabbelen

Kauwen zet onze spijsvertering in gang. De kaakspieren worden hier krachtpatsers van, wat belangrijk is voor een sterk gebit. Kauwen creëert speeksel, de eerste kuisploeg van de tanden. ’s Nachts produceren we minder speeksel waardoor suikerrijke dranken of voedsel net voor het slapen gaan, zeer schadelijk zijn. Vermijd zacht eten en voorverwerkte voeding. Het blijft veel te gemakkelijk aan de tanden hangen.

Leer je kindje eens goed doorbijten. Éen appel per dag houdt zowel de dokter als de tandarts weg. Geef daarom knabbeltussendoortjes zoals worteltjes, komkommers, Bloemkool,.. Rauw is dik oké! Maak eens een fruitbrochette in plaats van een suikerspin op een verjaardagsfeestje, dubbel succes verzekerd!

5. Vermijd te veel zuren

Uiteraard is dit een rechtstreekse aanval op het glazuur. ‘Smoelentrekkers’, zuurtjes, frisdranken, fruitsappen: beter niet!

6. Correcte tandhygiëne: poetsen en tandarts

Leer je kind correct poetsen. Bouw het in als ritueel.

Ga regelmatig naar de tandarts met je kind. Zo voorkom je dat bestaande gaatjes reusachtige proporties aannemen waardoor het plak- en vulwerk beperkt blijft.

Wanneer niet de tanden poetsen?

Poets niet onmiddellijk na het eten van zure vruchten of het drinken van vruchtensap. Door de inwerking van het zuur in combinatie met het borstelen slijt het tandglazuur sneller dan normaal.

Een gaatje in de tanden!

Een leger bacteriën (zitten in je mond) zetten suikers om in zuren. Het zuur, de bacteriën, voedselresten en slijm op de tandjes vormen samen de witgele kleverige tandplak. Het zuur in de tandplak lost bovendien het tandglazuur op, waardoor er nieuwe verblijfplaatsen of holten in de tand ontstaan, waarlangs de kiemen kunnen binnentreden. De tanden krijgen gaatjes.

Laat je de bacteriën hier te lang hun gang gaan, dan krijgt je kind tandpijn. In erge, diepe gevallen van cariës leidt het zelfs tot een abces of tandverlies.

Mag ik mijn kind nu echt niets meer gunnen?

Natuurlijk wel, maar neem de tips ter harte.

Wil je jouw kindje toch eens laten snoepen? Doe dat dan net na de maaltijd. Het verteringsproces zorgt op dat moment voor voldoende speeksel waardoor de zuren geneutraliseerd of verdund worden en de schade beperkt blijft. Eindigen met een glaasje water en/of het poetsen van de tanden is natuurlijk nog beter. Vermijd poetsen wel onmiddellijk na het eten van zuren.

Hetzelfde geldt voor het drinken van frisdranken en fruitsap. Beiden (ook de zogezegd ongezoete fruitsappen) bevatten veel suikers en zuren. Wil je toch wat afwisseling? Geef dit dan onmiddellijk na de hoofdmaaltijd en laat het hem of haar in 1 keer uitdrinken, zodat de aanvallen te ‘overzien’ zijn.

Verkies een vers en stevig stuk fruit boven een glas fruitsap.

Geen geluk?

Soms doe je zo je best, worstel je elke dag met die tandenborstel en je peuter om de tandjes stralend wit te houden en blijkt je kind toch plots gaatjes te hebben, terwijl het zoontje van de buurvrouw helemaal niet zo goed poetst.

Er zijn jammer genoeg ook andere factoren zoals de speekselsamenstelling of de aanwezigheid van specifieke zuurvormende bacteriën, die het proces kunnen benadelen.

Blog door Mama Baas i.s.m. Bambix.

Zindelijkheidstraining

25 tips voor zindelijkheidstraining

Bambix blogt

25 tips voor zindelijkheidstraining

Zindelijkheidstraining

We doen allemaal ons best om ervoor te zorgen dat onze kinderen zindelijk zijn voor ze naar school gaan. Maar, laat ons eerlijk zijn, het is meestal niet onze favoriete fase van het ouderschap en bij de ene verloopt het net iets vlotter dan bij de andere. Mama Baas geeft jullie verschillende tips om die fase zo vlot mogelijk te doorspartelen.

Peuters zijn flinke drinkers: een bengel van twee jaar drinkt gemiddeld een liter per dag. Een gezond drinkpatroon bestaat uit een vijftal bekertjes water en 350-500ml (groei)melk. Al dat drinken resulteert natuurlijk in veel plasjes ... hopelijk óp het potje!

Tonnen geduld en een recordaantal wasjes: het hoort er allemaal bij tijdens de befaamde potjestraining. Hierbij enkele tips om je kindje (zo) vlot (mogelijk) zindelijk te krijgen:

  1. Begin niet te vroeg: je zal het wel merken wanneer je kindje aangeeft er klaar voor te zijn.
  2. Lees boekjes over het thema en praat erover, zodat je kindje echt betrokken is.
  3. Zet het potje al maandenlang op voorhand in het zicht. Je kindje zal er misschien af en toe al op gaan zitten of erop spelen.
  4. Probeer zo geduldig mogelijk te zijn. Boos worden als het niet lukt heeft alleen maar een omgekeerd
  5. Leg geen druk op je kindje, probeer het positief te houden.
  6. Zet je kindje vaak op het potje, bijvoorbeeld om het half uur.
  7. Neem je kindje mee telkens wanneer je zelf naar het toilet gaat. Zo geef je zelf het goede
  8. Beloon je kindje elke keer:  met een sticker, een uitgebreid applaus en een welgemeende hoera.
  9. Is je kindje niet onder de indruk van stickers of applaus? Dan kan je jouw kindje belonen met afwisselend rozijntjes, smarties of een lekker en gezond koekje van Bambix.
  10. Werk met een belongingskaart, waarbij je kindje telkens een potje mag inkleuren. Na vijf ingekleurde potjes heeft je kindje het Bambix Diploma van SuperPotjesmonster behaald!
  11. Wees consequent. Luiers weg en niet twijfelen.
  12. Plan wanneer je eraan begint: zorg ervoor dat je een paar dagen niets op de planning hebt staan en dat jullie je thuis helemaal kunnen focussen op de potjestraining zonder dat je ergens naartoe moet. Zo kan je kindje heel consequent om de zoveel tijd op het potje gaan.
  13. Durf het los te laten als je kindje er nog niet klaar voor is. Neem een week of twee pauze, maar laat het potje wel in het zicht staan.
  14. Volg het ritme van je kindje, niet dat van de maatschappij of van vriendjes.
  15. Laat je kindje met de billen bloot rondlopen. Zo kunnen ze vlotjes op het potje gaan zitten wanneer het nodig is, zonder eerst dat broekje uit te moeten krijgen. Bovendien voelen ze het als ze op zichzelf plassen, wat hen extra motiveert.
  16. Doe je kind een onderbroekje aan met een luier erover. Zo voelt je kindje het wel als hij/zij in zijn/haar broekje plast, maar hoef je niets op te kuisen. Kan ook handig zijn voor als je op uitstap bent: dan blijf je consequent maar kom je niet in de problemen.
  17. Leuke oefenbroekjes die ze zelf graag en vlot uit en aan kunnen trekken, kunnen hen ook extra stimuleren.
  18. Gebruik een brilverkleiner in plaats van een potje: zo heb je minder opkuiswerk, en bij veel kindjes lukt het op die manier beter om een grote boodschap te doen.
  19. Zorg voor een klein potje voor de favoriete pop of knuffel, zodat die tegelijk ook op het potje kan gaan.
  20. Zorg ervoor dat je op één lijn zit met de onthaalmoeder / crèche / kleuterjuf.
  21. Zet je kindje na een ongelukje nog even op het potje. Zo leren ze het verband te leggen tussen de behoefte en het potje.
  22. Gebruik plastic zakken om je kindje op te zetten in de auto of in de zetel.
  23. Neem ook op verplaatsing een potje mee: in de buggy, in de koffer van de auto …
  24. Zet alvast je emmer en dweil klaar, bereid je mentaal voor op veel was en … let it goooo!
  25. Succes!

Blog door Mama Baas i.s.m. Bambix.

Winteruur

Snel overgeschakeld naar de wintertijd

Bambix blogt

Zo is je kindje in een mum van tijd overgeschakeld naar de wintertijd

Winteruur

Het is weer (bijna) zover: we verzetten de klok een uurtje, de overschakeling van zomertijd naar wintertijd. De ene is ervoor, de andere ertegen. Maar de switch is er. En dat wil voor veel kindjes zeggen dat ze plots een uurtje vroeger wakker worden. Mama Baas vroeg zich af of je die uurwisseling wat kan vergemakkelijken.

Snoozen …?

Bij de omschakeling naar wintertijd zetten we in de nacht van zaterdag 29 oktober 2022 op zondag 30 oktober 2022 de klok een uurtje terug. 3 uur wordt dan 2 uur. Heerlijk, een uurtje langer slapen of wat snoozen. Voor jou misschien – let op het specifieke woordgebruik ‘misschien’ ;-). Maar voor kindjes … is het meestal een uur vroeger wakker.

Help, nóg een uur vroeger wakker …?! We zien de angst in menig ouderogen. Want eens een kind wakker is, dan moet de dag starten. Nu!

Verzet het uur geleidelijk

Wees proactief. Vat de koe bij de horens … voor ze gaat lopen ;-). Dat kleine lijfje van je kind heeft een paar dagen nodig om zijn slaap-waakritme aan te passen aan de verschuiving van zomer- naar wintertijd. Ook een klein ingebouwd klokje moet zich opnieuw afstellen en op het juiste moment slaaphormonen produceren om het lichaam klaar te maken om te kunnen slapen.

Je kan die omschakeling vergemakkelijken door het uur enkele dagen ervoor geleidelijk te verzetten. Zeker als je met een vroeg vogeltje zit, is dit een goede optie. Stop je kindje dan zo’n 15 minuutjes later in bij dutjes en ’s avonds. En start de dag ook dat kwartiertje later. Wil je nog geleidelijker gaan, dan kan je het per 10 minuten doen.

Wat je niet aanpast, is jullie gebruikelijke slaapritueel natuurlijk. Melkje voor het slapengaan? Geen reden om het niet te doen. Verhaaltje voorlezen? Ook dat hoeft niet te wijken. Zoek je een extra motivatie voor je kindje om de aanpassing vlotter te laten verlopen? Dan is werken met het Bambix slaapdiploma een leuk idee. 5 ingekleurde slaapmutsen behaald? Het diploma is binnen! Ideaal om mooi in te kaderen voor boven het bed.

Pak het reactief aan

Met andere woorden: laat je kindje zelf rustig wennen aan de uurwisseling, nadat ze al heeft plaatsgevonden. Eigenlijk doe je hetzelfde als met de proactieve methode: schuif alles op, maar pas vanaf zondag.

Doe dat gedurende 3 dagen of langer als je merkt dat je kindje het lastig heeft om langer wakker te blijven.

Op dag 1 start je dan met de dutjes en bedtijd 40 minuten voor de gebruikelijke tijd. Op dag 2 wordt dat 20 minuten. En vanaf dag 3 schakel je over op het gebruikelijke uur. Dit is een goede optie voor baby’s jonger dan 1 jaar die niet zomaar een uur langer kunnen wakker blijven tussen dutjes.

Een voorbeeld om het wat duidelijker te maken. Stel dat je een baby hebt van 9 maanden die leeft, of beter gezegd slaapt, volgens dit schema:

  • Wakker om 6u30
  • Dutje om 9u30
  • Dutje om 13u
  • Bedtijd om 19u

Dat wordt dan:

Zondag 

  • Opstaan om 5u50 of 6u
  • Dutje om 8u50
  • Dutje om 12u20
  • Bedtijd om 18u20

Maandag

  • Opstaan om 6u10
  • Dutje om 9u10
  • Dutje om 12u40
  • Bedtijd om 18u40

Dinsdag 

  • Opstaan om 6u30
  • Dutje om 9u30
  • Dutje om 13u
  • Bedtijd om 19u

Veel succes! En (hopelijk) slaapWEL.

Blog door Mama Baas i.s.m. Bambix.